Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2017

Tsjernobyl (1986) de gevolgen: o.a. Nieuwe Stralingsnormen voedsel.

TSJERNOBYL EN DE BEVOLKING

Tientallen miljoenen mensen in de Oekraïne, in Wit-Rusland en in Rusland
zijn sinds april 1986 besmet door de radioactieve stoffen uit de ontplofte
kernreactor in Tsjernobyl.5,6 De snelle expressie van allerlei soorten kanker
in de ernstigst besmette gebieden, waaronder schildklierkanker bij kinderen,
wijst op een veel hogere uitstoot van radioactieve stoffen dan officieel wordt
toegegeven.6,7
De gevolgen van deze ramp zijn onvergelijkbaar veel ernstiger voor de Oek-
ra‹ene en Wit-Rusland dan voor Nederland. Volgens sommige berichten is
het totale aantal doden als gevolg van de radioactieve straling van Tsjernobyl
in Rusland, Wit-Rusland, de Oekraïene en bij de schoonmakers,
'liquidatoren' genoemd, opgelopen tot 125.000. Drie en een half miljoen
kinderen is of wordt klinisch aantoonbaar ziek 8: de gevolgen
variëren van schildklierkanker en leukemie tot een sterk verhoogde infec-
tiegevoeligheid (Tsjernobyl-AIDS) .6,8
De geheimhoudingspolitiek van de voormalige USSR en de tegenwoordige
Oekraïene maakt deze berichten moeilijk te bewijzen.
Volgens de Oekraïense biologe Prebrastsjenskaja en het parlementslid
Vladimir Oesatenko is momenteel 98% van alle officiële informatie gelogen
'als gevolg van de macht van de atoommafia'.8 De regering van Wit-Rusland
(Belarus) trekt echter wel 25% van haar totale begroting uit voor de bestrij-
ding van de catastrofe.
 

DE GEVOLGEN VOOR NEDERLAND

In praktisch geheel Europa is de radioactiviteit gestegen na 1986. Ook in
Nederland is de radioactiviteit als gevolg van de toename van langlevende
radionucle‹den zoals cesium en strontium toegenomen.9 Voedsel wordt
bovendien door heel Europa verhandeld en een exacte analyse van elke partij
is niet mogelijk. Zwendel is al frequent aangetoond.10 Niemand kan garande-
ren dat melkpoeder uit de Oekraiene niet via 'derde landen' in ons ijsje
belandt. Als de handelaren en fabrikanten controle vrezen: na 'verdunning' ,
ofwel mengen met minder radioactief voedsel' voldoet men weer aan de op 1
april 1987 aan de EG 'aangepaste', soms met een factor 60 verhoogde,
stralingsnorm.11 Die norm is eind maart 1996 opnieuw anderhalf keer ver-
hoogd.12 Dit is ook de gangbare praktijk bij dioxine in melk, dus waarom
niet met radioactieve stoffen? Het in Nederland verbouwde voedsel bevat alle
stoffen uit Tsjernobyl tot plutonium aan toe. Bovendien komen door het
gebruik van kunstmest (natuurlijk fosfaat) natuurlijke radioactieve
stoffen in de grond. Deze stoffen blijven soms vele duizenden jaren circule-
ren in onze voedselketen. Het zou goed zijn als wettelijk verplicht wordt om
op de verpakking van allerlei 'stralingsgevoelige' produkten ook een radioac-
tiviteitsanalyse te vermelden.
 

OPPORTUNISTISCHE STRALINGSNORMEN

In de vijftiger en zestiger jaren van deze eeuw dacht men nog dat het geen
kwaad kon om röntgenfoto's te maken van een zich ontwikkelend kind in de
baarmoeder. Door het werk van Alice M. Steward van de universiteit van
Birmingham in Groot Brittannie is aangetoond dat elke röntgenfoto van een
ongeboren kind het kankerrisico voor het kind verhoogt met ten minste 25%
13 Zo zijn in de loop van enkele tientallen jaren de maximaal toegestane
stralingsdoses soms een factor 100 verminderd. Na het ongeval met de
kerncentrale van Tsjernobyl is die lage stralingsnorm weer verhoogd door de
Nederlandse overheid in EG verband. Deze verhoging is niet gebaseerd op
wetenschappelijke feiten, maar komt puur voort uit opportunisme: er kon niet
meer worden voldaan aan de oude normen.11 Een voorbeeld is de norm voor
cesium-137: vr de ontploffing van Tsjernobyl was de norm maximaal 10
Becquerel per kilogram voedsel, na Tsjernobyl werd die norm in allerijl op-
geschroefd tot 600 Becquerel per kilogram. Een voorstel van Frankrijk om
de EG-norm voor cesium te verhogen tot 4000 Becquerel per kilogram heeft
het niet gehaald.9
 

OPHOPING IN VOEDSELKETEN

Door de menselijke bezigheden met radioactiviteit gaat onontkoombaar de
'achtergrondstraling' omhoog en wordt onze gezondheid en onze genetische
integriteit aangetast. Onderzoek wijst uit dat die 'lage stralingsdoses' veel
gevaarlijker blijken te zijn dan oorspronkelijk werd gedacht. 16 Dit
laatste is onder andere het geval omdat biosystemen in staat zijn radioactieve
stoffen op te hopen.
Een duidelijk voorbeeld is zink-65 dat zich concentreert in algen in rivieren.
Water-insekten hopen dit element nog meer op en de vogels die de insekten
eten bevatten uiteindelijk wel tot 500.000 maal de normale concentratie
zink-65 in het rivierwater. Zink is een belangrijk spoorelement voor de pro-
duktie van enzymen. 17
 

RADIOACTIVITEIT IN HET LICHAAM

Radioactiviteit belast mensen op verschillende manieren.
a. Het lichaam kan uitwendig worden bestraald door aanwezigheid van
radioactieve stoffen in de lucht (alfa-, beta- en gammastraling) of in de
bodem (voornamelijk gammastraling).
b. Veel sterker wordt het lichaam echter belast door het binnenkrijgen van
radionucleiden. Dit kan zijn door inademen, waardoor de longen worden
belast, of via het voedsel. Wanneer genoemde stoffen dan ook nog in de
bloedsomloop worden opgenomen, worden alle lichaamsdelen bestraald
(alfa-, -beta- en gammastraling).

Vaak lijken splijtingsprodukten en radionucle‹den chemisch en fysisch op de
stoffen die nodig zijn voor de opbouw van het lichaam: tritium is bijvoor-
beeld door het lichaam niet te onderscheiden van waterstof. Het betekent dat
deze stoffen gewoon in de lichaamscellen worden opgenomen en ingebouwd,
en daar plaatselijk alfa- beta- en gammastraling uitzenden. Als de immuniteit
van het lichaam door onder andere deze radioactieve stoffen ernstig is
aangetast kan kanker (o.a. leukemie) ontstaan, omdat het lichaam de over-
maat aan beschadigde en gemuteerde cellen niet kan verwijderen en vervan-
gen. Veel radioactieve stoffen hebben bovendien een cumulatief effect: dat
betekent dat zij zich ophopen in bepaalde organen of weefsels.
 

VRIJE RADICAALBELASTING

Radioactieve belasting van het lichaam geeft een voortdurende belasting met
vrije radicalen, die in een kettingreactie andere vrije radicalen blijven aan-
maken, totdat ze worden weggevangen door anti-oxydanten. Het grootste deel
van het lichaam bestaat uit water, waaruit het zeer schadelijke hydroxyl-
radicaal kan ontstaan, maar in principe kunnen alle moleculen in het li-
chaam getroffen en veranderd worden. Een belangrijk onderzoek uit 1972
met radioactief natrium toont aan dat lipoproteïnemembranen (de celwanden
van zoogdiercellen) buitengewoon gevoelig zijn voor minieme stralingdoses.
De celmembraan bezwijkt snel onder de door radioactiviteit gevormde vrije
radicalen 18. Lipiden die van bestraalde proefdieren afkomstig zijn, blijken
symptomen op te kunnen roepen die overeenkomen met die van de bestraling
zelfl 9. Ook daarom is voedselbestraling zeer dubieus door de vorming van
vrije radicalen in het voedsel 20.
Een grote belasting van het lichaam met vrije radicalen leidt tot vroegtijdige
veroudering en allerlei degeneratieve ziekten als kanker, reuma en hart- en
vaatziekten. Beschadiging van het DNA door vrije radicalen kan leiden tot
kanker en effecten op de ongeboren vrucht. In de vijftiger jaren zijn in de vs
bij wijze van experimentele therapie een aantal mensen ingespoten met
geringe doses langlevende radionucleiden, zoals radium en plutonium 21. Als
gevolg daarvan ontwikkelden zich bij die mensen allerlei bottumoren en
waarschijnlijk ook leucemie. Men gebruikt tegenwoordig nog wel radium-226
als lokale tijdelijke kankertherapie. 22
 

RADIOACTIEVE STOFFEN EN EFFECTEN.

Strontium-90 wordt net als kalk in de botten opgenomen en veroorzaakt
plaatselijk een sterke beta-straling. Strontium-90 splitst zich gedeeltelijk in
Yttrium-90 dat zich ophoopt in de spermakoppen waardoor als gevolg van
beta en gamma-straling mutaties worden veroorzaakt die tot uitdrukking
komen in evt. nageslacht.
]odium-131 komt bij voorkeur terecht in de schildklier en wordt de belang-
rijkste veroorzaker van schildklierkanker genoemd door de lokale beta- en
gammastraling. Jodium-131 kwam in grote hoeveelheden vrij na het reacto-
rongeval in Tsjernobyl.
]odium-129 kwam veel minder vrij maar heeft een halfwaardetijd van 17
milioen jaar.
De grote hoeveelheid cesium-137 (relatief en absoluut) in de fall-out van de
reactor betekent dat de brandstofstaven verbrand zijn, waardoor onontkoom-
baar ook veel plutonium is vrijgekomen. Cesium-137 hoopt zich op in het
spierweefsel, komt via vlees, eieren, vis en via de lucht in de mens terecht.
Het gedraagt zich in het lichaam als kalium en veroorzaakt door de beta-stra-
ling onder andere leukemie. Besmette vleesprodukten bevatten vrijwel altijd
cesium-137.
Uranium-238 wordt niet vaak genoemd als fall-out-produkt van Tsjernobyl.
Toch kan het niet anders dan dat het ook aanwezig is in de cocktail die op
Nederland is terechtgekomen. Behalve radioactief, gedraagt het zich ook als
een zwaar metaal. Het is alleen moeilijk te detecteren.
Plutonium 239 is ook moeilijk te detecteren doordat het uitsluitend a-stra-
ling afgeeft. Daardoor wordt het in officiële rapporten niet genoemd, terwijl
diverse kranten berichtten dat plutonium is gevonden in Polen, Zweden en
Frankrijk. Als plutonium eenmaal in het lichaam terechtkomt veroorzaakt een
minieme hoeveelheid al kanker door de sterke alfa-straling.23 De half-
waardetijd is 24.000 jaar waardoor het nog lang in de voedselketen aanwezig
zal zijn.