Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2017

Drugs en verkeer. (1999)

De afgelopen jaren wordt het gebruik van geneesmiddelen en uitgaansdrug, naast alcohol, meer en meer genoemd als mogelijke risicofactoren voor de verkeersveiligheid. Het druggebruik neemt toe, met name onder jongeren, en signalen van de kant van de politie wijzen eveneens in de richting van een toename van het rijden onder invloed van stoffen anders dan alcohol.

Objectieve gegevens over de mate van druggebruik in relatie tot verkeersveiligheid zijn echter (nog) nauwelijks voorhanden. Gerechtelijke laboratoria beschikken over een beperkte hoeveelheid gegevens van een selectieve groep verkeersdeelnemers.

 

Internationale kennis

Internationaal is er nauwelijks informatie beschikbaar over de effectiviteit van medicijnen en drugs op de verkeersveiligheid. Objectieve cijfers zijn moeilijk verkrijgbaar omdat de relatie tussen verkeersonveiligheid en druggebruik moeilijk is aan te geven vanwege het ontbreken van helder epidemiologisch onderzoek.Het wordt echter steeds meer duidelijk dat met name druggebruik geen randverschijnsel meer is in het verkeer. Bij drugs is, zeker in combinatie met alcohol, sprake van onvoorspelbare risico’s in het verkeer voor zowel de betrokkenen als voor de andere verkeersdeelnemers.


"Amfetamine"

 

De politie in de diverse Europese landen komt bij de nachtelijke verkeerscontroles vaak jonge bestuurders tegen, die soms een verdwaasde indruk maken en geen alcohol hebben genuttigd. Veelal komen deze jongeren van dance party’s en wordt vermoed dat zij "uitgaansdrugs", zoals XTC, cocaïne of amfetamine hebben gebruikt of cannabis hebben gerookt.

   Onderzoek in Europa 

Internationaal onderzoek van het Instituut voor Humane Psychofarmacologie van de Rijksuniversiteit van Maastricht heeft aangetoond dat 4% tot 12% van de bestuurders die betrokken zijn bij een verkeersongeval onder invloed verkeren van drugs.


"Cannabis-sative"

In België bleek uit een onderzoek dat 15% van de automobilisten onder invloed van drugs verkeerde. In Engeland bleek uit recentelijk onderzoek dat 18% van de verongelukte bestuurders onder invloed verkeerde van drugs, waarvan 70% onder invloed van cannabis. Daarnaast verkeerde nog eens 6% onder invloed van medicijnen. Tenslotte bleek uit onderzoek in Frankrijk dat 1 op de 6 verkeersongevallen wordt veroorzaakt door het gebruik van cannabis.

 

  Onderzoek in Nederland 

In Nederland heeft de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek voor de Verkeersveiligheid de afgelopen twee jaren eveneens soortgelijk empirisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan geven een gelijksoortig beeld als in de omringende landen.

  Voorlichting 

Er is vrijwel geen voorlichting Alhoewel er de afgelopen 10 jaren veel wetenschappelijke informatie beschikbaar is gekomen over de consequenties van het gebruik van verschillende drugsoorten in relatie tot de verkeersveiligheid, heeft de voorlichting op dit terrein nauwelijks aandacht gekregen!

Zowel in het onderwijs als bij de rijopleiding is er onvoldoende aandacht voor de gevolgen van het gebruik van drugs en medicijnen.

 

De onbekendheid om een mogelijke causaal verband tussen verkeersongevallen en het gebruik van drugs vast te stellen, zijn hier zeker debet aan. Toch zijn alle wetenschappers unaniem in hun oordeel.


"let op de gele sticker op het potje""

Drugs en bepaalde medicijnen kunnen niet samengaan met verkeersveiligheid. Voorlichting dient derhalve prioriteit te krijgen!


"Slaap- en kalmeringsmiddelen"

  Handhaving 

 

Opsporingsmethode

Er is in Nederland nog geen goede opsporingsmethode voor de politie ontwikkeld, mede vanwege het feit dat het testen op drugs gecompliceerd is en derhalve tijdrovend en kostbaar.

Daarnaast beschikt de politie nog over onvoldoende kennis om op basis van gedragsherkenning

bij een bestuurder te kunnen beoordelen of deze al dan niet onder invloed verkeerd van een andere stof dan alcohol.

  Nieuwe Ontwikkelingen   

 

Trainen in het herkennen van drugs

In Amerika wordt door de politie sinds de jaren 70 gebruik gemaakt van een omvangrijk trainingsprogramma, waarbij na het uitvoeren van 12 verschillende handelingen kan worden geconstateerd of een bestuurder onder invloed verkeert van een andere stof dan alcohol.

De specialisten in staat om in 86% tot 91% van de gevallen te bepalen of de bestuurder onder invloed verkeerd.


"Weed en Hash"


"Joint"

Politie-specialisten uit Schotland hebben op basis van dit programma een professioneel trainingsprogramma geschreven voor de verkeersspecialisten in de UK.

De eerste groep van 200 politieambtenaren heeft dit nieuwe programma reeds gevolgd.

Ook in Duitsland, Noorwegen, Zweden, hebben experts een soortgelijk drugsherkenningsprogramma ontwikkeld en zijn politieambtenaren opgeleid..

Bij verkeerssurveillance in deze landen zijn inmiddels vele bestuurders aangehouden, die onder invloed van drugs een auto bestuurden.

ITC werkt nauw samen met deze specialisten en zal via het Europese Netwerk deze kennis gaan verspreiden.

  Alcohol- en drugs controles in Nederland 

 

De afgelopen jaren hebben de regiokorpsen in Nederland met veel succes alcoholcontroles uitgevoerd. Controle op drugs en ook medicijnen vindt echter niet of nauwelijks plaats.

De verkeerspolitiediensten van Rotterdam-Rijnmond en Amsterdam-Amstelland hebben het plan opgevat om de eerste groep politiespecialisten te trainen in het herkennen of een bestuurder onder invloed van drugs of medicijnen of een combinatie met alcohol een voertuig heeft bestuurd.

  "Drugs en medicijnen in het verkeer, ook dat kun je niet maken!"

 

scriptie van: Ing. Robin van Bergen van der Grijp

 

Inleiding    Onderzoeksvragen    Werkwijze    Conclusies     Aanbevelingen

 

scriptie van: Ing. Robin van Bergen van der Grijp

 

Inleiding    Onderzoeksvragen    Werkwijze    Conclusies     Aanbevelingen

 

In januari 1999 ben ik als laatstejaars student aan de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer, faculteit verkeerskunde, begonnen met mijn afstudeeropdracht bij het I.T.C. De opdracht hield in een overzicht te creëren dat het veelomvattende thema drugs, medicijnen en verkeersveiligheid’ behandelt. In mei 1999 ben ik met deze scriptie afgestudeerd en ben nu als projectmedewerker werkzaam bij I.T.C. Hieronder volgt een (deel van de) samenvatting van het rapport.

 

De Nederlandse politie heeft in haar beleid voor de komende jaren een aantal prioriteiten vastgesteld. De onderwerpen die de nadruk krijgen zijn: het bestrijden van georganiseerde criminaliteit (bijv. corruptie, afrekeningen, drugshandel), het aanpakken van geweldsdelicten, het tegengaan van woninginbraken en diefstal, het beschermen van de samenleving tegen delicten zoals bijvoorbeeld fraude en heling, het verhogen van normbesef, het aanpakken van verkeersovertredingen en handhaving van de verkeersveiligheid. Het handhaven van de verkeersveiligheid, ook wel ‘enforcement’ genoemd, is het centrale onderwerp van het rapport: "Drugs en medicijnen in het verkeer, ook dat kun je niet maken!" Het verkeersgedrag is een belangrijk aspect van verkeersveiligheid. De rol van drugs en medicijnen op verkeersgedrag wordt in dit rapport uitvoerig behandeld.

 

  Onderzoeksvragen

 

Het rapport geeft antwoord op twee onderzoeksvragen:

  • Welke genees- en genotmiddelen hebben op welke wijze invloed op de mogelijkheid om een voertuig te besturen in het verkeer?

     

  • Op welke wijze kan de politie bestuurders herkennen die deze middelen gebruiken (of gebruikt hebben) en deelnemen aan het verkeer?

     

  Werkwijze

 

In de schaarse literatuur omtrent het onderwerp ‘drugs en medicijnen in relatie tot verkeer’ is gezocht naar belangrijke informatie die meegenomen kon worden in dit rapport. Door middel van gesprekken met deskundigen op het gebied van drugs, politie en wetgeving en de medische wereld is de informatie uit de literatuur aangevuld tot een overzicht wat de volgende thema’s behandelt: de ernst van het probleem van drugs en medicijnen in het verkeer, de werking van lichaamsvreemde stoffen op het lichaam, de stoffen en hun effecten op rijgedrag, de wetgeving op dit gebied, de herkenning van drugs bij gebruikers en de detectiemiddelen voor drugs.

 

  Conclusies

 

  • Het antwoord op de onderzoeksvraag: ‘welke genees- en genotmiddelen hebben op welke wijze invloed op de mogelijkheid om een voertuig te besturen in het verkeer?’ Is per middel verschillend. De meest eenvoudige manier om antwoord te krijgen op de vraag of het gebruik van een bepaalde stof de rijvaardigheid kan beïnvloeden is door gebruik te maken van de tabel in paragraaf 4.4. In deze tabel staan de in dit verslag behandelde middelen met hun werking en een advies over deelname aan het verkeer genoemd.

     

  • Het antwoord op de vraag: "Op welke wijze kan de politie bestuurders herkennen die deze middelen gebruiken (of gebruikt hebben) en deelnemen aan het verkeer?" luidt: op dit moment is de Nederlandse politie in het algemeen nog nauwelijks in staat om gebruikers van drugs- of medicijnen in het verkeer te herkennen. Slechts een aantal politiemensen in Nederland heeft door jarenlang betrokken te zijn geweest met gebruikers van drugs en medicijnen ervaring opgebouwd in het herkennen van bepaald gebruik.

     

  • Er blijft voor dit moment slechts een manier over om personen te controleren op gebruik en dat is na het volgen van een cursus vergelijkbaar met de politiecursussen die in Amerika en Duitsland worden gebruikt. Deze cursussen leren de agent het herkennen van tekens en symptomen van gebruik. Na het volgen van een dergelijke cursus zou het minder moeilijk moeten zijn om druggebruik aan te tonen.

     

  • Het is juridisch nog niet mogelijk om willekeurige bestuurders te controleren op aanwezigheid in het lichaam van drugs of medicijnen. Daarnaast zijn er nog geen goedgekeurde en betrouwbare detectiemiddelen op de markt om überhaupt personen te controleren op het gebruik van deze middelen.

     

  • Nog niet alle facetten van het probleem van drugs en medicijnen in het verkeer zijn belicht. Vervolgonderzoeken op het gebied van risico-effecten en effecten op de verkeersveiligheid worden ten zeerste aanbeveelt. De hoogste prioriteit dient gegeven te worden aan onderzoek naar de effecten van de meest gebruikte stoffen XTC en amfetamine. Vanuit de kennis van de effecten van middelen zoals marihuana, XTC, amfetamine en paddo’s zou een totaal verbod op gebruik ervan in het verkeer zeer wenselijk zijn. Verder wetenschappelijk onderzoek om dit standpunt te onderbouwen is hierbij noodzakelijk.

     

  Aanbevelingen

 

Er is op korte termijn behoefte aan:

  • een betrouwbaar detectiemiddel, waarmee rijgevaarlijke middelen, anders dan alcohol kunnen worden aangetoond.

     

  • een drugsherkenningsprogramma voor de Nederlandse politie, waarmee de politieagenten op straat bewust kunnen worden gemaakt van de zichtbare effecten van het gebruik van middelen. Het aantal aangehouden bestuurders onder invloed van (potentieel) rijgevaarlijke middelen zal hierdoor kunnen toenemen, wat ten goede komt aan de verkeersveiligheid.

     

  • een landelijke preventie- en voorlichtingscampagne voor zowel de politie als de burger, om deze het gevaar van het gebruik van potentieel rijgevaarlijke middelen in het verkeer te doen beseffen.

     

Het is zeer wenselijk om:

  • op korte termijn te gaan nadenken over mogelijke aanpassing van de wet, met name de aanwezigheid van bepaalde stoffen in het menselijk lichaam. Zolang het niet strafbaar is om een bepaalde hoeveelheid lichaamsvreemde stof zoals drugs of medicijnen in het lichaam te hebben bij deelname aan het verkeer, kan de politie nauwelijks strafzaken beginnen.

     

  • na te denken over de mogelijkheid om juridisch gezien meer vrijheid te geven in het aantonen van hoeveelheden lichaamsvreemde stoffen in het lichaam. Totnogtoe blijken bepaalde onderzoeksmethoden ontoelaatbaar vanwege aantasting van de integriteit van het lichaam.

     

De Ministeries van Verkeer en Waterstaat en Justitie hebben inmiddels een versie van het rapport ontvangen en is zich aan het bereiden over de mogelijkheid om de wegenverkeerswet op dit gebied aan te passen.

Ing. Robin van Bergen van der Grijp

September 1999