Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2017

Drugs: De coffeeshops moeten dicht. (2006) (Bron: NRC Handelsblad)

Moeten de coffeeshops dicht?

 

In Nederland zijn de teelt van en handel in cannabisproducten verboden, maar op kleine schaal mogen wiet en hasj wel worden verkocht. Dat gebeurt in ‘coffeeshops’, die dankzij het Nederlandse ‘gedoogbeleid’ zijn uitgegroeid tot een toeristische trekpleister – met alle nadelige gevolgen van dien. In Maastricht leidde de overlast van coffeeshopklanten al tot een restrictief gemeentelijk beleid. In Amsterdam is onlangs op bepaalde openbare plekken een ‘blowverbod’ ingesteld.
De afgelopen jaren is het percentage tetrahydrocannabinol (THC), de werkzame stof in de ‘Nederwiet’, sterk gestegen. Reden voor minister Donner (Justitie, CDA) om in 2004 de noodklok te luiden. Door het hoge THC-gehalte zou het effect van een joint in de buurt van dat van harddrugs komen en daarmee een probleem vormen voor de jonge gebruiker.
De concentratie THC lijkt zich te stabiliseren tussen 17 en 20 procent, meldde het Trimbos-instituut vorig jaar. Gemiddeld is het 17,7 procent. In 2004 ging het om 20,4 procent. In 1999 bedroeg het nog 8,6 procent. Tetrahydrocannabinol en cannabinol vormen de werkzame stoffen in wiet die verantwoordelijk zijn voor het roes-effect. Deze stoffen komen alleen voor in de vrouwelijke plant, waarvan de toppen worden geplukt.

Wiet begint steeds meer een harddrug te worden, omdat het roeseffect dat de THC teweegbrengt steeds krachtiger wordt, constateerde vorig jaar in deze krant ook Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Volgens hem is een cannabisverslaafde die aanklopt bij een afkickcentrum er vaak slechter aan toe dan zijn heroïneverslaafde evenknie.

,,Het gebruik van cannabis leidt tot ernstig geheugenverlies, een vertekende waarneming, afname van het concentratievermogen, verminderd denkvermogen, een verminderd vermogen problemen op te lossen, minder initiatief en een afname van de motivatie om wat te ondernemen’’, waarschuwde Kinneging. ,,Cannabis produceert een chronisch passief individu, dat liever in bed blijft liggen dan iets met zijn leven te doen. De meeste gebruikers van cannabisproducten zijn jong en zitten nog op school of doen een studie. Het gevolg van hun gebruik is slechtere school- en studieresultaten en vaak ook schooluitval: iets wat hun hele verdere leven dramatisch beïnvloedt. Sommige gebruikers zullen inderdaad in staat zijn hun drugsgebruik door een grote mate van zelfdiscipline binnen zulke strikte grenzen te houden dat hun leven er verder niet onder lijdt, maar voor velen geldt dat niet. Hun drugsgebruik gaat ten koste van hun verantwoordelijkheden thuis in het gezin, op het werk of in de studie. Een flink aantal glijdt daardoor af en maakt de mogelijkheden die ze hebben niet waar. Verreweg de meesten daarvan komen niet letterlijk op straat terecht en daarom is die schade min of meer onzichtbaar voor de statistieken, maar ze is er niet minder reëel om.

Het gebruik van cannabisproducten is bovendien het voorportaal van het gebruik van harddrugs. Niet voor iedereen, natuurlijk. Maar iedereen die aan de harddrugs verslaafd is, is ooit begonnen met cannabis. De werelden van softdrugs en harddrugs zijn niet te scheiden, ook niet als softdrugs gelegaliseerd worden. Dat ze onafscheidelijk zijn, komt niet door het beleid, maar door het feit dat het beide drugs zijn.’’

 

Tot zover Andreas Kinneging.