Tractaat 1839. (18-02-2026) Art. 44 vragen namens PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) gericht aan Gedeputeerde Staten van Zeeland.
College van Gedeputeerde Staten
Provinciehuis
Abdij 6
4331 BK MIDDELBURG
Oostburg, d.d. 18-02-2026
Geacht College,
Betreft schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van de Statenleden François Babijn en Bertie Steur, PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), m.b.t. Tractaat 1839 (+ bijlage).
Toelichting
In het Tractaat van 1839 tussen Nederland en België (Scheidingsverdrag) is vastgelegd dat België een jaarlijkse betalingsverplichting heeft aan Nederland voor de som van Hfl. 5.000.000,-- (art. 13 Tractaat).
N.B. Deze jaarlijkse betalingsverplichting moet niet worden verward met het op 12 mei 1863 te ’s Gravenhage ondertekende Tractaat betreffende de afkoop van de Scheldetol, aangezien het geen tol betreft maar een verschuldigde rente volgend uit de verdeling van schulden bij de splitsing tussen Nederland en België.
Vragen
-
De Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) wil, vanuit onze controlerende taak, van uw college vernemen of België deze jaarlijkse betalingsverplichting tot op heden steeds is nagekomen en zo nee waarom niet?
-
Vooruitlopend op uw mogelijk antwoord op vraag één; stel dat zou blijken dat België inderdaad op dat punt ingebreke is of is gebleven, is Nederland dan niet langer gehouden/gebonden aan dat Tractaat?
In afwachting van uw beantwoording, verblijven wij,
Hoogachtend,
Statenfractie PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ),
François Babijn, Fractievoorzitter H.G.A.(Bertie) Steur, Statenlid